Tekenen in de bergen: hoeveel tekenspullen heb je echt nodig?
- Astrid Brantjes

- 27 jun
- 3 minuten om te lezen
Vorige week was ik met twee vriendinnen op huttentocht in de Italiaanse Alpen. Geen ontspannen wandeling van hut naar hut, maar een meerdaagse tocht waarbij iedere gram in je rugzak telt. Alles wat je meeneemt, draag je immers zelf de bergen over.
Voor veel wandelaars zijn de keuzes dan snel gemaakt. Zo min mogelijk kleding, een uitgekiende toilettas en alleen spullen die écht nodig zijn. Maar wat doe je als tekenen een vast onderdeel is van je reis?
Voor mij was één ding direct duidelijk: zonder schetsboek vertrekken was geen optie. De vraag was alleen hoeveel tekenspullen er mee konden.
Op zoek naar het juiste schetsboek
Allereerst moest het juiste schetsboek worden gevonden. Het boekje moest licht genoeg zijn voor in de rugzak, maar stevig genoeg om ook met aquarelverf in te kunnen werken. Op naar mijn favoriete winkel om het papier en het gewicht te kunnen voelen. Uiteindelijk koos ik voor een setje van drie kleine boekjes van Hahnemühle .
Selecteren van overige materiaal
Daarna begon het echte puzzelen. Welke aquarelset neem ik mee? Welke hardheid potloden en maten fine-liner wil ik gebruiken? En wat kan ik gaan verzinnen om als lichtgewicht waterbakje te gebruiken in de bergen?
Omdat we tijdens de meerdaagse tocht een tas konden achterlaten, besloot ik om ruimer te pakken. Mijn tekenset bestond uit:

nieuw schetsboekje
een puntenslijper
een gum
2 fineliners 0.05 en 0.1,
1 tissue.
dop van een potje als waterbakje
een hersluitbaar plastig zakje als etui.
Knopen doorhakken
Vlak voordat we aan de tocht begonnen, kwam de laatste horde. Wat blijft achter?
En wat gaat daadwerkelijk mee de bergen in?
Ik keek nog eens naar mijn spullen en realiseerde me dat ik de potloden ok niet hoef te gebruiken. Hiermee maakte ik wel de keuze dat iedere streep in mijn schetsboek definitef zou zijn. Dus verdwenen ze uit mijn rugzak.
Uiteindelijk gingen alleen het schetsboek, 2 fineliners en mijn aquarelset met 2 penselen mee de bergen in.
Showtime

Na iedere intensieve wandeldag pakte ik mijn boekje erbij.
Met een drankje binnen handbereik en mijn reisgenootjes om me heen maakte ik snelle schetsen van een uitzicht, een bergrug, een berghut of een bijzonder moment van die dag.
Geen uitgebreide tekeningen. Geen perfectionisme. Gewoon kijken, tekenen en vastleggen. Het inkleuren bewaarde ik voor later.
Naast de schetsen tekende ik ook de route die we hadden gelopen en schreef ik, in afstemming met mijn reisgenootjes, korte notities op. Grappige opmerkingen, zware beklimmingen, onverwachte ontmoetingen en momenten waarop we simpelweg stil waren van het uitzicht.
Juist die kleine aantekeningen brengen de tekeningen nu weer helemaal tot leven.
Wat ik werkelijk nodig had
Na afloop was ik nieuwsgierig hoeveel gewicht mijn keuzes eigenlijk hadden gescheeld.

Complete tekenset: 270 gram
Schetsboek, 2 fineliners, aquarelset en 2 penselen: 150 gram
Alleen schetsboekje en 2 fineliners: 62 gram
Tijdens het wandelen bleek dat ik eigenlijk helemaal niet toekwam aan schilderen. De snelle schetsen waren genoeg om de dag vast te leggen.
De volgende keer laat ik waarschijnlijk ook de aquarelset thuis. Dat scheelt weer zo'n 90 gram. Op papier lijkt dat weinig, maar tijdens een meerdaagse bergtocht kunnen juist die kleine besparingen verrassend veel verschil maken.
Een onbetaalbaar souvenir
Naast blauwe plekken, schaafwonden en een gezonde reality check voor mijn ego, nam ik iets veel waardevollers mee naar huis. Een schetsboek vol herinneringen.
Geen perfecte illustraties, maar pagina's die me direct terugbrengen naar de bergpaden, de hutten, de gesprekken, de uitzichten en natuurlijk mijn vriendinnen.
Misschien is dat wel de grootste les van deze reis: je hebt niet veel nodig om herinneringen vast te leggen. Soms zijn een klein schetsboek, een fineliner en een paar minuten aandacht al meer dan genoeg.




Opmerkingen